Drie kwart van de werkende Nederlanders maakt zich op het werk weinig of zeer weinig zorgen over digitale veiligheid. Ze zijn wel bezorgd over online veiligheid thuis.

 

Dat blijkt uit het Nationaal Cybersecurity Bewustzijnsonderzoek 2017 van Alert Online, dat maandag gepubliceerd is.

 

De helft van alle werkenden zegt geen informatie te hebben gekregen van de werkgever over veilig online werken. Zo weten veel medewerkers niet wat de veiligheidsprocedures zijn binnen het bedrijf.

Het is vaak ook onduidelijk of de servers van een bedrijf zijn beveiligd.

 

Impact
Bijna de helft van de Nederlanders zegt zich zorgen te maken over de digitale veiligheid thuis. Dit was in 2016 nog 29 procent. Bijna drie kwart van de Nederlanders zegt verder iets gehoord, gezien of gelezen te hebben over cyberaanvallen.

 

"Dan zou je denken dat steeds meer mensen er ook iets tegen doen, maar mooi niet", vertelt plaatsvervangend Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Patricia Zorko tijdens een presentatie. "Slechts één op de drie Nederlanders geeft aan voorzichtiger te zijn met online activiteiten. Eén op de vijf doet ook echt iets tegen gevaren."

 

Nederlanders hebben een lage inschatting van de impact van diverse vormen van cybercriminaliteit. Zo wordt de kans op computerschade in alle vormen op minder dan 15 procent ingeschat. Per voorval heeft 10 tot 55 procent hier echter wel persoonlijk mee te maken gehad. Ongeveer de helft zegt voorzichtiger te zijn geworden, na slachtoffer te zijn geweest van een aanval.

 

Ook zegt een ruime meerderheid van de Nederlanders goed, zeer goed of uitstekend om te gaan met potentieel gevaarlijke situaties. De meeste risico’s zitten volgens de bevolking bij e-mails met hyperlinks of met besmette bijlagen. Zo'n 55 procent van de Nederlanders is thuis benaderd met phishing op een privé-mailadres, tegenover 39 procent van de werkenden die op een werk-mailadres benaderd zijn.

 

"Veel minder bekend is dat dergelijke links ook via social media en berichtendiensten zoals WhatsApp, Facebook Messenger en Telegram worden verspreid", zegt Erik Jan Koedijk, voorzitter van de Raad van Advies van Alert Online.

 

Kinderen
Alert Online besteedde dit jaar in het bijzonder aandacht aan kinderen uit groep 7 en 8. In totaal vulden 108 kinderen van 11 of 12 jaar de enquête in.

 

Negen van de tien kinderen zeggen over een smartphone te beschikken. Zeventig procent zegt een account te hebben op Facebook, Instagram of Snapchat en de helft van deze gebruikers zegt zich geen leven zonder sociale media voor te kunnen stellen.

 

Hoewel 81 procent van de kinderen zegt dat hun ouders weten wat zij op het internet en sociale media uitvoeren, lijkt er niet altijd direct toezicht te zijn. Zo zijn kinderen vaak online zonder dat er een volwassene meekijkt op het scherm. De kinderen geven aan vriendschapsverzoeken van vreemden te ontvangen en gevraagd te worden om op onbekende links te klikken.

 

Verder maken de kinderen met regelmaat gebruik van openbare wifi-netwerken. De meeste kinderen weten echter niet hoe ze kunnen herkennen of een netwerk veilig is. Daarnaast gebruikt een kwart van de kinderen hetzelfde wachtwoord voor alle websites.

 

Campagne
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft maandag de nieuwe campagne van Alert Online afgetrapt.

 

De campagne werd geopend door plaatsvervangend Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Patricia Zorko, die een groep kinderen begeleidde bij een quiz over cyberveiligheid.